Kennismaking

 

De Man draaide met zijn auto de snelweg af. Op de bijrijderzit een
blocnotevelletje met de aanwijzingen: "na de afslag 1e rechts, alsmaar
rechtdoor......." In de haast neergekrabbeld met 1 hand bij de telefoon.
De advertentie was simpel geweest: "Jongen, 22jaar, zkt. j. of m. die
hem zo nu en dan over de knie wil leggen. Strenge discipline nodig. Br.
ond. nr. ......." Een van de vele advertenties in alle soorten en maten
die over anderhalve kranten pagina verspreid waren. Een brief was het
begin van een avontuur. Of van een relatie, maar dat zocht hij niet.
Niet meer, tenminste. Discipline en vriendschap gaan toch niet samen.
Maar dit was wel een kans op een opwindende avond. De Man had zich
daarom aan het schrijven gezet. De ervaring leerde dat een snelle
reaktie belangrijk was. Maar evenzeer een goed opgestelde brief. Een
opsomming van zijn eigenschappen (inclusief zijn nerveuze rookgedrag),
iets over zijn ervaringen, enz. Maar vooral van belang was de toon
waarop: altijd weer een risico. Gewoon zakelijk was nog het beste, maar
velen stelden het op prijs als je direkt met de deur in huis viel en op
autoritaire, bedreigende toon in strenge bewoordingen van leer trok.
Ingaan op de advertentie zelf was ook heel belangrijk. Hij besloot het
midden te houden: "Zo, dus jij wilt wel eens een pak slaag? Dat zul je
dan wel nodig hebben. Het lijkt me wel een uitdaging om jou de
discipline bij te brengen, die je nodig schijnt te hebben. Het feit dat
je dat zelf aangeeft spreekt in je voordeel....." Die toon was niet
helemaal juist geweest. Een paar avonden later ging de telefoon en
meldde zich vriendelijke en beleefd de Jongen. Na zich vergewist te
hebben dat hij met de opsteller van 1 van zijn reakties te maken had,
wilde hij direkt een afspraak maken. De anderen had hij bedankjes
gestuurd: te korte brieven, soms over schijnbaar heel andere zaken dan
die waarvan sprake was in zijn advertentie of lange epistels vol
moeilijk ontcijferbare zinnen. Het was duidelijk dat de brief van de Man
hem het meest aansprak. Een afspraak was snel geregeld: vrijdagavond om
20.00 uur. Maar eerst nog wat zaken bespreken, dacht de Man. Hij viste
naar het uiterlijk van zijn gesprekspartner. In een brief had hij wel
zichzelf al beschreven, maar van de knaap wist hij nog niets. Wat die
hem op vrij routineuze wijze vertelde stond hem wel aan: niet te lang,
blond, bruine ogen, goed figuur, beetje sportief. Punt twee, dacht de
Man: ervaringen. Dat viel wel mee: thuis een paar keer over de knie bij
vader, die niet zo hard sloeg. Die ervaringen telden ook niet echt mee.
Maar wel soms een spelletje met leeftijdgenoten. Het was allemaal pas
echt begonnen toen hij een vriendje kreeg. Hij was toen 19, evenals zijn
vriend. Ze waren verliefd, deden alles samen en gingen ook een tijdje
samen wonen. Na lang heen en weer praten kwamen SM- gevoelens op tafel
en bleek het vriendje masochistisch te zijn. Geen van beiden durfde als
eerste te bekennen dat dat onderwerp ze zo aantrok, naar na een tijdje
kwam het er toch van. De Jongen speelde kapitein van een luxe
oceaankruiser, die de lichtmatroos er van langs gaf wegens subordinatie.
Het thema kapitein en matroos kwam van pas omdat ze toevallig een
zeemanspet in huis hadden. Tijden het vrijen ging de pet dan op en het
vriendje over de knie. De Jongen sloeg hem zonder veel pijn te doen en
dat was dat. Totdat het vriendje een oudere heer leerde kennen, die
beide jongens liet merken hoe een echt pak slaag aanvoelt. Het was
vrijwel direkt uit tussen hen. Maar de Jongen wist dat hij toe was aan
een disciplinaire relatie. Dit was zijn tweede advertentie. Van de
eerste was nog wel wat gekomen, maar dat was het niet helemaal geweest.
Hij hoopte nu op meer. Eenmaal in gesprek over hun ervaringen veranderde
de toon vanzelf. Beiden kwamen elkaar sympatiek voor en de Man glipte
langzaam in de rol die hem zo goed lag: die van beheerste, streng
vriendelijke leraar, die ieder moment kon uitvallen met een flink pak
slaag. De Jongen reageerde hier duidelijk op en zijn stem werd warmer en
meer timide. Terecht had de Man uit de advertentie opgemaakt dat het
hier om meer dan alleen een pak slaag ging. Hij legde daarom nog eens
uit wat de bedoeling was: gehoorzaamheid en respekt, de bereidwilligheid
om een forse straf te ondergaan, zowel in de vorm van een flink pak
slaag als eventueel ook op andere manieren. In alles een afwachtende
houding aan nemen. "En spreken met twee woorden, he?", voegde hij op
neutrale toon toe. "Ja, meneer", klonk het direkt daarop braaf aan de
andere kant van de lijn. Het leek allemaal goed te gaan lukken. De
Jongen was zeker niet de eerste knul die de Man op die manier benaderde.
Er waren er al heel wat voorgegaan. Altijd liep zo'n kontakt weer
anders, de ene keer ook veel beter als de andere keer. Maar iets bleef
hem er toe drijven steeds weer naar een ander, naar die ene te blijven
zoeken. De flat, waar hij moest zijn, was in alle opzichten doorsnee.
Werd hij bekeken, toen hij het portier van de auto dichtsloeg? Hij keek
niet omhoog. Hij nam de lift naar de opgegeven etage en stapte uit. Hij
voelde zich gespannen, niet zeker, maar ook niet onzeker. Hij zag er
goed uit in zijn dure pak en regen jas, dat wist hij: verzorgd zonder
overdrijving. Hij rechtte zijn rug, trok zijn buik in en stapte de
galerij op. Er volgde en geluidloze pauze nadat hij op de bel gedrukt
had. Verlegen lachend, wat onzeker maar vol verwachting opende de Jongen
de deur. "Bingo!", dacht de Man, want wat hij zag beviel hem uitstekend:
een leuke knul met een vlotte kop, niet te lang en ondanks een tengere
bouw een goed figuur, gekleed in een lichtgele trui en een spijkerbroek,
die twee fraaie billen omhulde. Er uit zijn houding sprak een
afwachtende, respekt volle verwachting, zonder aanstellerij. Wat de
Jongen zag was ook voor hem reden tot alleen maar opluchting: een goed
geklede heer met stevige schouders en vriendelijk strenge ogen in een
knap gezicht. Een forse, warme handdruk, ogen flitsten heen en weer.
Snel het figuur van de Jongen opnemend richtte de Man zijn blikken op de
inrichting van de woning. terwijl hij ongevraagd aanstalten maakte om
zijn jas op te hangen. Een antieke spiegel, een lelijke kapstok en een
onbenullig schilderijtje. De verlichting was niet onaangenaam. Aan de
kapstok twee jassen en een paar tassen. Hij hield even de adem in toen
hij een rotting, een riem en een leren plak zag hangen. Vlug richtte hij
zijn blik in de hoek, waar een hoge smalle mand met een verzameling
stokken en een zweep te zien was. Dat zag er goed verzorgd uit. Stond
dat er altijd? Hij was gedwongen er iets van te zeggen. "Je bent goed
voorbereid, zie ik!" De Jongen slikte bijna en gaf op luchtige toon een
bevestigend maar nietszeggend antwoord. Zo'n opmerking had hij blijkbaar
toch niet verwacht. De Jongen ging voor in de kleine woonkamer, waar het
licht gedempt was. "Toe maar, parket!"' dacht de Man, terwijl hij
luisterde naar de voorzichtige stappen die de Jongen nam op het enige
wat de Man niet bevallen was: een paar forse laarzen aan zijn voeten.
Dat was nou niet nodig geweest. "Koffie?". "Ja, graag". Spanning in de
kamer: de Man beindrukte de Jongen meer dan andersom en dat gaf hem
zekerheid. De Jongen voelde zich in zijn eigen woning plotseling
onhandig en niet meer thuis, maar hij genoot toch. Hij wierp een steelse
blik op de knieen van de Man, waar hij straks wel over zou komen te
liggen. Diep in zijn buik voelde hij warmte bij die gedachte. De Man had
zijn eerste sigaret al opgestoken. "Flinke stappers", zei hij met een
blik op de laarzen, toen de Jongen terug kwam met de koffie. "Ja", zei
hij, terwijl hij bleef steken in een bewe- ging om te gaan zitten. "Vind
je ze mooi, u bedoel ik". Hij had een kleur en was nu helemaal in zijn
rol. De Man ook: hij trok een wenkbrauw op en keek kritisch. "Ik kan wel
wat anders aandoen, als u dat liever heeft". "Misschien moest je dat
maar doen", sprak de Man niet onvriendelijk maar met lichte afkeuring.
Nerveus spoedde de Jongen zich naar de slaapkamer, van waar al gauw een
licht gerommel klonk. Hij kwam terug in twee doorsnee zwarte stappers.
Het had even geduurd, hij had dan ook de tijd genomen om weer wat op
adem te komen. De Man had zijn sigaret uitgedrukt en direkt een tweede
opgestoken. De Jongen voelde een lichte irritatie toen hij dat merkte:
niet zo zeer vanwege de rook maar als wel omdat hij dat als een teken
van nervositeit zag. Vragend om een blik van goedkeuring kwam hij
binnen. "Kom maar even op je knieen naast me zitten", zei de Man,
wijzend op een plek op de grond naast hem. De Jongen gaf een zwakke
glimlach. Het was begonnen. Die liet er geen gras over groeien. Hij had
zelfs nog geen slok koffie genomen en durfde er nauwelijks naar te
kijken. Hij voelde zich nu totaal willoos worden. "Drink je koffie
maar", sprak de stem achter hem. Na de eerste slok legde de Man
voorzichtig een hand in de nek van de Jongen, die een beetje verstijfde
onder dat gebaar. Hij had zijn kopje nog niet eens terug gezet op de
tafel voor hen. Aaiend en knijpend in die jonge nek sprak de Man op
zachte toon: "Hadden wij niet afgesproken dat jij met twee woorden zou
spreken?" Schrik veinzend zei de Jongen: "Deed ik dat dan niet? Ik
bedoel, ik zei toch "u", eh......meneer?" Het laatste woord kwam er
zacht uit, omdat hij besefte dat hij nu pas voor het eerst van die avond
"meneer" zei. De verwarring was nu echt. Nog steeds met zijn hand in de
nek van de Jongen kondigde de Man aan dat na de koffie een eerste pak
slaag zou volgen. "Ja, meneer". De Jongen wist niet of hij nu snel of
langzaam zijn koffie moest drinken. Was het nog wel een spel of werd het
nu veel serieuzer? Wat deed hij hier eigenlijk op zijn knieen en wie was
die vreemde vent eigenlijk? Hij besloot zich te concentreren op het
eigenlijke pak slaag dat toegezegd was. Dat ging in ieder geval
gebeuren. Hoe zou het gaan? Ongetwijfeld over de knie, nu hij zo dicht
bij zat. Hij keek naar de benen van de Man en naar diens handen. Er was
geen strafinstrument in de buurt, hij zou zijn handen wel gebruiken. Ook
droeg hij geen riem. De Man liet de Jongen peinzen en speelde met de
gedachte hem niet over de knie te leggen, maar 1 van de instrumenten te
laten halen. Hij had gezien dat de jongen de afstand tot zijn knieen had
geschat. In stilte dronk de Man zijn laatste slok. De jongen had
besloten verder zichzelf te zijn, voorzover dat lukken zou en slikte
haastig de rest van zijn koffie weg. "Kom maar", zei de Man op bijna
troostende toon. De Jongen legde zich zonder aarzeling over de knieen
van de Man. Deze schikte zich even en begon met zijn hand te slaan op de
harde spijkerstof. Hij bedacht zich bij de eerste klap al dat hij niet
eerst zijn jasje uitgedaan had. Dat deed hij meestal eerst, langzaam
aan, om dan nog langzamer zijn mouwen op te stropen. Dat ritueel maakte
vaak wel indruk. Hij voelde zich wat licht in zijn hoofd, terwijl hij in
rustig tempo de Jongen vrij voorzichtig maar duidelijk tuchtigde. Beiden
wachtten het moment af waarop hun gevoelens de vrije loop konden krijgen
en ze zich meegesleept voelden in een opwindende gebeurtenis. Dat moment
kwam niet. De Man voelde zijn hand gloeien en steken, de Jongen ervaarde
een ontnuchterende pijn. Beiden voelden zich machteloos. De Man hield op
met slaan. Hij voelde aan dat ook de Jongen zich niet prettig voelde en
vroeg zich af wat hij nu moest doen. Teleurgesteld wilde de Jongen zich
oprichten, maar de Man zag nu de kans schoon om er toch nog iets van te
maken" "He, blijf liggen jij totdat ik zeg dat je op kunt staan!" en hij
drukte de Jongen ruw terug. Direkt daarop liet hij felle slagen regenen
op het strakke zitvlak, terwijl hij met 1 arm de knaap omklemde. Het was
nu geen tamme gebeurtenis meer. Tot zijn opluchting voelde de Jongen hoe
de opwinding door zijn lichaam begon te stromen en hoe de pijn
veranderde in genot. De Man proefde de opwinding van zijn macht in het
uitdelen van straf en plaats van een spelletje in een gezochte situatie.
De Jongen ervaarde de klemmende arm van de Man; hij strekte zijn benen
om nog meer van de greep te voelen. Inderdaad, de Man was sterk en de
Jongen kon niet van zijn plaats komen. De slagen bleven maar komen. Om
een reden aan te voeren voor zijn poging tot bewegen riep de Jongen "au,
au", maar toen hij merkte dat de Man de kracht achter de slagen dreigde
in te houden zei hij snel: "Ik beloof u dat ik er op zal letten, meneer.
Ik zal het niet meer doen, meneer...." Hij maakte daarmee voldoende
duidelijk dat hij nog niet aan zijn taks was. De Man liet dan ook de
Jongen zakken en stond gehaast op om 1 van de instrumenten uit de hal te
halen. Met een geweldige klap stootte hij zijn scheenbeen tegen de
koffietafel. Allerlei voorwerpen slingerden met veel lawaai door de
ruimte en van alles viel in scherven. Hij liet zich in een stoel vallen,
bleek van pijn en schrik. Het leek te bloeden. De Jongen snelde beduusd
toe. Gezeten op zijn knieen schoof de Jongen eerbiedig de broekspijp van
de Man omhoog. Hij had snel de ergste zaken opgeruimd en een borrel
aangeboden voor de schrik. Zonder te vragen had hij zichzelf er ook maar
1 ingeschonken. De Man kwam intussen weer op adem en zijn ogen stonden
zacht toen hij de dienstvaardigheid van de Jongen waarnam. "Ik zal er
een pleister op doen, goed, meneer?" De Man knikte. Het spel werd niet
onderbroken. Voorzichtig legde de Jongen het verband aan. Het was nu
verder zijn taak om het ijs tussen hen geheel te breken. Hij waagde het
daarom maar te tutoyeren: "Waar ging je eigenlijk zo snel naar toe?" "Ik
wilde 1 van die dingen van de kapstok halen. Het is per slot de
bedoeling dat ik jou pijn doe en niet mezelf". Beiden lachten. "Het
spijt me, meneer". De Jongen keek omhoog en bewonderde. Hij streelde het
gewonde been. De Man legde een hand op het hoofd van de Jongen als bij
een hond en daarom legde die ook zijn hoofd op de knie van de Man. "Bent
u nog boos op me, meneer?" "Nee, boos ben ik niet. Maar straf verdien je
wel. Je bent nog niet van me af". De Jongen grijnsde om te laten merken
dat hij dat ook niet wilde. Hij streelde de dij van de Man voorzichtig.
"Dank u wel dat u voor me wilt zorgen, meneer"/ Samen dronken ze en de
Man rookte weer. Toen hij zijn peuk uitdrukte zei hij op zachte toon:
"Kom eens hier, jij". De Jongen stond snel op: "Over de kn....?" "Nee,
joh", was het vriendelijke antwoord en hij trok de jongen bij zich op
schoot. Hij streelde hem en kuste hem in de nek. De Jongen zuchtte en
vleidde zich tegen de Man aan. "Bedankt voor je pleister. Vertel me nou
eens wat over je zelf". Er onstond een levendig gesprek en na enige tijd
lagen beiden uitgestrekt op de bank in elkaars armen. "Ik vind je best
aardig", zei de Jongen. "Ik jou ook", zei de Man, "maar je doet het
weer. Je zult een besluit moeten nemen of je me wilt zien als je vriend
of als je meester. Of als helemaal niets, natuurlijk". "Oh nee, dat
laatste al helemaal niet. Ik heb een meester gevraagd en ........" De
Man trok een wenkbrauw op. "Nou ja, niet echt om gevraagd, maar ik
bedoelde dat wel, bedoel ik. Ik wil helemaal niet dat je, u, weggaat, ik
ben veel te blij met u. Meneer. En ik heb echt een meester nodig.
Misschien dat ik het later verdien om u als vriend te mogen zien". De
beslissing was genomen. De Man glimlachte. Speels tikte hij de Jongen op
de vingers: "Speel nou niet met mijn das!" "Neem me niet kwalijk,
alstublieft. Het zal niet meer gebeuren, meneer". De Jongen drukte de
Man zuchtend tegen zich aan. Hij had opeens een beeld van een opwindende
toe- komst: afwisselend de pijn en de liefde van deze Man te mogen
voelen leek hem plotseling het enige wat hij ooit gewild had. De Man was
te ervaren om zich direkt volledig te laten meeslepen, maar hij had nu
ook hoop. "Dan zullen we eens zien hoe jij je gedraagt als je onder
discipline staat! Ga maar eens staan!", sprak hij kortaf, niet van plan
iets te laten varen van zijn kritische houding. Zijn leerling moest nu
niet gaan denken dat hij het nu helemaal gemaakt had. Pijnlijk getroffen
maakte de knul zich uit de omhelzing los, stond op en wachtte af. De Man
kwam dreigend langzaam overeind en ging naast de Jongen staan. "De
kapstok", zei hij alleen maar. "Zoek maar wat uit!" Hij nam de Jongen
bij 1 oor en duwde hem in de richting van de hal. Die kwam snel terug
met een rotting. Met iets wat minder pijn zou doen durfde hij niet aan
te komen. Met een trieste blik in de ogen stak hij het voorwerp naar de
Man toe. "Altijd aanbieden met het handvat naar voren!", zei deze op
militair aandoende toon. Hij nam het ding aan en liet het vlak langs de
Jongen door de lucht fluiten. Onwillekeurig trok die met het been dat
het dichtst bij het langs suizende hout was. De Man stak zijn arm uit
zodat de Jongen daar tegen aan kon leunen. Het strafinstrument onder
zijn arm geklemd maakte hij de broek van de Jongen los. Die zat te strak
om naar beneden te glijden, zodat hij de billen bloot moest trekken. Het
kleine, witte onderbroekje ging mee naar beneden. Zonder te wachten
drukte hij de Jongen in een gebogen houding, hem alsmaar dicht tegen
zich aandrukkend en liet hij een serie korte, pijnlijke klappen op de
onbeschermde billen neerkomen. Onwillekeurig telde hij in stilte de
klappen: ..14, 15. De Jongen begon te bewegen. .....16.....17.....18,
19, 20. Sneller kwamen ze nu en hij moest het hoofd van de knul onder
zijn oksel klemmen om hem op z'n plaats te houden. "Stop, stop, ik kan
niet meer, stop!" Maar hij ging nog heel even door. "Oooh, aaaahw!" Hij
stopte. "Op je knieen!" Met een kreun liet de Jongen zich op de grond
vallen, uithijgend. Dit was erger dan hij gedacht had. De tederheid van
daarnet was nu ver te zoeken geweest! De Man voelde een kille strengheid
in zich opkomen. "Kleed je maar aan", zei hij bits. "Pijn?" "Ja, nogal,
ja!" "Maar je hebt wel eens erger gehad?" "Ja, dat is wel zo", zei de
Jongen, zelf verbaasd. "Maar ik weet niet, vanavond gaat het geloof ik
niet zo". De Man voelde het verwijt, hij was te ver gegaan. Dit werd
niets meer. Hij werd ineens kwaad op alles. "Luister eens, je vroeg er
zelf om. En als je niet een flink pak slaag kunt hebben moesten we
misschien maar niet verder gaan". De Jongen zweeg eerst, plotseling
verdrietig. Wilde hij nu dat de Man ging of niet? Hij wist helemaal
niets meer. "Het is ook allemaal zo verwarrend, ik weet het niet meer,
het spijt me". "Meneer.....", vulde de Man aan en lachte zachtjes. Ook
de Jongen lachte. Hij zat nog steeds op z'n knieen met ontbloot
achterwerk. De Man ging zitten en stak de zoveelste sigaret op. "Je
mocht je aankleden, hoor". Dat deed de jongen. De rotting lag stil op de
grond. Hij raapte hem op om hem weer aan de kapstok te hangen, bedacht
zich, wilde hem op de koffietafel leggen en bedacht zich opnieuw.
Terugkomend uit de gang had hij iets van zijn houding teruggevonden: het
was voorbij, het zou niets worden. Hij zette zich naast de Man op de
bank en zweeg. De Man had de twijfel en de beslissing van de Jongen in
de gaten gehad. "Je moet nu een keus maken, jongen". "Ik weet het niet,
wat vind jij?" Glimlachend trok hij de knul naar zich toe. "Moeilijk,
he?" Hij was toch nog niet van plan om zo maar weer op te stappen.
Bovendien speet het hem echt dat het allemaal zo gelopen was. Hij deed
nog een poging. "Wat had je dan verwacht?" De jonge begon zijn
verwarring onder woorden te brengen: "Nou, eigenlijk juist dit, precies
met iemand als jij. Ik heb al zo vaak slaag gehad en andere keren ging
het heel goed. Aleen nu niet. Maar dat waren ook geen echte meesters,
niet zo streng, bedoel ik". "Te streng? Zet eens wat muziek op." "Ja,
een goed idee". Opluchting. Handig manouvrerend met de platen begon de
Jongen te babbelen: "Ik weet niet of je te streng bent. Ik ken je nog
niet zo goed, natuurlijk. Ik heb trouwens wel moeite met dat 'meneer' en
zo!" "Geeft niet, dat leer ik je nog wel". "Nog wat drinken?" Hij
draaide de volumeknop wat hoger en deed nog een licht uit. "Vooruit
maar", bromde de Man, die plotseling het idee had dat hem het initiatief
uit handen genomen was. De Jongen voelde dat ook zo en ging daarom maar
weer op z'n knieen zitten, toen hij de glazen vol schonk. "Ben je
misschien te zelfverzekerd voor dit", vroeg de Man ernstig. De Jongen
legde uit dat hij zich soms heel zelfverzekerd kon voelen, maar het niet
echt was. Het was vaak een pose. De Man vroeg of het nu juist dat was
waarom hij op zoek was naar een meester. Zo had de Jongen het nog niet
bekeken. Hij complimenteerde de Man om het inzicht en sloeg een andere
toon aan. "Hoe vind jij het nou?" "Ik moest je een draai om je oren
geven voor dat getutoyeer", zei de Man quasi-verstoord. "Dat mag best,
hoor", zei de Jongen, warm en half in ernst. De Man haalde uit. "Dank
u", zei de Jongen vormelijk. "Dat was niet voor het tutoyeren, trouwens.
Ik ben gewoon kwaad op de situatie", bekende de Man. "We hebben alles om
er wat van te maken, maar het lukt niet". Peinzend luisterden ze naar de
muziek. Ieder voelde aan dat ze straks weer hun eigen weg zouden gaan.
De Man was somber en keek zijn sigarettenrook na. De Jongen bekeek hem
zwijgend. Hij was knap, vriendelijk, streng, hardhandig maar ook teder,
ontwikkeld. Hij had snel inzicht in de situatie en kon je daarom goed
beheersen. Hij had iets wreeds, maar hij had vanavond ook bewezen dat
hij geen misbruik wilde maken en dat hij iemand ook niet zo maar liet
schieten. Nu was hij teleur- gesteld. Teleurgesteld in hem. Spijt
borrelde in hem op. Ook al voelde hij geen schuld, hij wilde toch iets
goed maken. De muziek ging over in een irritant, schel geluid. Hij stond
op en zette een andere, rustigere plaat op. Ongevraagd schonk hij nog
eens in. De Man liet hem begaan en wachtte af wat er zou gebeuren. Hij
had geen zin meer in de leiding, het was verder aan de Jongen om er
eventueel nog wat van te maken. Hij kon zich er gewoon nog niet toe
zetten om op te stappen. De alcohol begon vat te krijgen op de Jongen.
Hij wilde meer dan het alleen maar een beetje goed maken. Hij zag nu in
dat een meester ook echt iemand is, geen fantasiefiguur waar je je van
het ene moment op het andere aan kunt overgeven. Je kunt niet via een
advertentie een droom tot werkelijkheid maken voor 1 avondje. Die droom
kan werkelijkheid worden, dat wel; met zo iemand als hem kan dat niet
anders. Maar dat heeft tijd nodig. En dan is het geen droom meer, maar
werkelijkheid. Hij zag nu heel duidelijk in dat hij zich vergist had.
Zou de Man er ook zo over denken? Als dat zo was, dan hadden ze samen
nog een kans. Hij rook de geur van de Man en wilde dat het zo was.
"Meneer, ik weet niet hoe u er over denkt, of het is wat u wilde". De
Man ontdooide, hij had opeens zin om te vertellen. In gloedvolle woorden
schilderde hij zijn persoonlijke fantasie: een jongen, tegelijkertijd
een zoon, een vriend, die hem volkomen de baas liet zijn. Altijd bereid
te doen wat er verlangd werd; om straf te ondergaan als hij dat verdiend
had en ook als dat zomaar gegeven werd. Een jongen om mee te slapen ook.
Iemand die zich volledig op hem richtte en hem in alles de baas liet
zijn en die daardoor het respekt van zijn meester verdiende; het respekt
en de liefde ook, die een ander zonder slaag en zonder dienstbaarheid
toekwamen, als je hem als je beste vriend beschouwde. Zodat later ook
het gemeneer achterwege kon blijven. Een jongen, kortom, waarnaar hij
altijd had verlangd en waarnaar hij eigenlijk al niet meer zocht. De
Jongen was onder de indruk. Hij voelde zich volkomen ontspannen,
aangestoken door het visioen van de Man. Wat was dat mooi, precies zo
had hij het altijd eigenlijk gewild en nooit echt geweten. Ontroerd en
met grote eerbied omvatte hij de knieen van de Man en legde zijn hoofd
in diens schoot. "Meneer, mag ik dat voor u zijn? Mag ik dat met u
proberen, meneer? Ik zal alles voor u doen en u altijd gehoorzamen. Het
spijt mij dat ik u niet bevallen ben, meneer. Wilt u mij daarvoor
straffen? Straft u mij, alstublieft". Met vochtige ogen keek hij op,
verwachtingsvol. Een warme blik trof hem. Hij knoopte snel zijn broek
los en legde zich over de knie van de Man, die geroerd en gelukkig de
Jongen in zijn schoot opving.

Wie is online

We hebben 7 gasten en geen leden online

hyves-mreagle